Natuur in Almere

Deel dit op social media!

Almere de jongste stad van Nederland, op vele fronten een bijzondere stad, maar ook een stad vol uitdagingen. Toen ik in Almere kwam wonen werd ik geboeid door de planmatige architectuur en ontwikkeling van de Flevopolder en Almere in het bijzonder. De stad is in bijna 50 jaar gegroeid van 0 naar ongeveer 210.000 inwoners. Door deze ontwikkeling was het noodzakelijk om het idee van Almere als tuinstad met meerdere kernen en veel groen tussen deze kernen los te laten. Tegenwoordig zien we dan ook dat de kernen steeds meer aan elkaar groeien. Ondanks de afname in het groenoppervlak, is er gelukkig nog natuur in en rond de stad.

Oostvaardersplassen

Wie aan de natuur in Flevoland denkt, denkt vaak als eerste aan de Oostvaardersplassen. Dit uitgestrekte moerasgebied ten oosten van de stad is per ongeluk ontstaan, de oorspronkelijke plannen werden uitgesteld en de natuur greep haar kans. Het oorspronkelijke idee om van dit gebied een stukje oernatuur te maken door de introductie van “wilde” paarden, heckrunderen en edelherten was in mijn ogen gedoemd om te mislukken. In een afgesloten gebied zonder geschikte predatoren is het vrij laten van kuddes herbivoren in de hoop op een stuk natuurontwikkeling een utopie. De Oostvaardersplassen zijn en blijven een bijzonder gebied en met een gepast beheer zullen ook de bijzondere vogelsoorten die er (ooit) broedden een plekje kunnen vinden. Zonder overmatige begrazing kunnen delen van het terrein ook weer begroeid raken met moerasbosjes waardoor de diversiteit aan soorten toe kan nemen.

Als we de luchtfoto van Almere bekijken, dan zien we vanuit de Oostvaardersplassen twee dunne groene vingers die naar het westen reiken. Ten noorden van Almere is een ecologische verbinding aangelegd tussen de Oostvaardersplassen en de Lepelaarsplassen en de Noorderplassen. Voorbij de wijk Noorderplassen vinden we dan weer uitgestrekte bossen tussen landbouwgronden tot Almere Poort. Aan de zuidrand van Almere gaat die groene vinger vanaf het Kottersbos langs de Lage Vaart en stadslandgoed de Kemphaan richting Almere Haven. Voorbij Almere Haven komen we het Kromslootpark tegen. Almere, tussen de Hoge Ring en de A6, druk bezig met groeien en ontwikkelen, hoeveel ruimte voor natuur heb je nog?

Natuur?

Toen ik werd gevraagd om een stukje over de natuur in Almere te schrijven was dat ook de eerste vraag die in mij op kwam, hoeveel ruimte is er in Almere? Sterker nog is er wel natuur in Almere en wat is dat dan natuur? Voor mijzelf kwam ik tot de conclusie dat er wel degelijk ruimte is voor natuur in de stad. Als je het idee van uitgestrekte moerassen, bossen, savannes en bergketens los laat en de stad als habitat bekijkt, dan kan een stad veel mogelijkheden voor dieren en planten bieden. Almere kent nog steeds veel groen, de verschillende parken, brede dreven met ruime wegbermen, de vaarten, grachten en andere waterpartijen, de spoorlijn en -dijk die dwars door Almere lopen, de bossen van Staatsbosbeheer rond de stad, maar ook in de ruim opgezette woonwijken met plantsoenen en tuinen (ook al is een te groot deel daarvan verhard) bieden ruimte voor plant en dier.

Ambassadeur van de stad

Als er een diersoort is die als ambassadeur voor de natuur in Almere optreedt, dan is dat wel de bever. Ooit kwam de bever veel voor in Nederland, vanwege de mooie pels en het staartvlees (dat ooit, volgens verhalen, door katholieken op vrijdag als “vis” gegeten werd) overbejaagd en uitgeroeid. Na de herintroductie in de Biesbosch werd besloten om in Natuurpark Lelystad een kweekprogramma te starten. Er werden jonge bevers geboren en een aantal ontsnapten “per ongeluk”. De bevers die ontsnapten werden teruggevangen, dat dat niet altijd gelukt is wordt bevestigd door de vestiging van bevers op verschillende locaties rond Lelystad. De aantallen groeiden, de bevers hadden een waar paradijs gevonden, veel water en wilgen, vaarten en plassen om van het ene plekje naar het andere te zwemmen. Momenteel zwemmen er in en rond Almere een groot aantal bevers, je kan ze tegen komen in de gracht van Almere Haven, in de Lepelaarsplassen, in de Stripheldenbuurt, in de Aaktocht, in Almere Poort en op nog veel meer plekjes. Ook in het Weerwater zijn al zeker 8 jaar bevers aanwezig, het eilandje Utopia was een van de locaties waar deze mooie en fascinerende dieren een burcht hebben/hadden. De bever heeft Almere verkend en zijn/haar plekje gevonden.

Variatie

Maar de bever is zeker niet de enige bijzondere soort in Almere. Wist u bijvoorbeeld dat er ook ringslangen in en rond de Lage Vaart voorkomen? De ringslang is de grootste slang in Nederland, vrouwtjes kunnen wel 130cm lang worden, de mannetjes een stuk kleiner. De ringslang is voor mensen volkomen ongevaarlijk, meestal vluchten ze weg als ze voelen/proeven/zien dat je er aan komt, in het ergste geval sproeien ze een stinkend goedje over je heen en doen ze, in de hoop dat je ze dan wel met rust laat, alsof ze dood zijn. In broedhopen in de buurt van het water worden de eitjes gelegd, witte, leerachtige bolletjes van 2-3cm, die door de warmte van het rottingsproces uitgebroed worden. De kleine ringslangetjes staan er vanaf het begin alleen voor en moeten na het uitkomen direct hun eigen kostje bij elkaar scharrelen.

Een ander bijzonder diertje dat in heel Almere gezien kan worden is de vleermuis. Feitelijk zijn het verschillende soorten vleermuizen die in Almere voorkomen, de meest algemene is de gewone dwergvleermuis, een klein vleermuisje dat in spouwmuren een prima verblijfplaatsje vindt en de hele nacht op jacht gaat naar muggen en andere insecten. Naast deze algemene soort komen er ook ruige dwergvleermuizen voor, deze soort is op zich al heel bijzonder vanwege hun seizoenstrek waarbij zij grote afstanden afleggen. Vanaf augustus/september trekken vooral de dieren uit midden en oost Europa in zuidwestelijke richting om onder andere in Nederland te overwinteren. Ze leggen daarbij afstanden tot 2000 km af! Tijdens de trek in het najaar vormen de vrouwtjes paargroepjes van 2 tot 10 dieren in de verblijfplaatsen van territoriale mannetjes die zij op hun route passeren. Mannetjes hebben in het najaar een verblijfplaats die ze fel verdedigen tegen andere mannetjes. Vanuit hun verblijfplaats laten ze dan 's avonds en 's nachts een werfroep horen waarmee ze vrouwtjes naar hun verblijfplaats lokken. In het voorjaar trekken de vrouwtjes weer terug naar midden en oost Europa om daar kraamkolonies te vormen en de jongen groot te brengen. Alsof dat nog niet genoeg is komen ook de zeldzamere water- en meervleermuizen in Almere voor, deze soorten leggen in hun nachtelijke tochten op zoek naar voedsel grote afstanden af. Zoals de namen al doen vermoeden zijn deze soorten gebonden aan het water. Maar dat niet alleen, veel vleermuissoorten hebben lijnvormige elementen zoals lanen, hagen en niet te fel verlichte gebouwen nodig ter oriëntatie. Op die manier kunnen ze vanuit hun verblijfplaatsen de foerageergebieden vinden. Voor de vleermuizen is het dus van belang dat er niet alleen voldoende verblijfplaatsen en foerageergebieden zijn, maar ook dat er veilige, relatief donkere vliegroutes naar foerageergebieden bestaan. In Almere zijn die foerageergebieden en vliegroutes aanwezig, wat betreft de verblijfplaatsen is met name de isolatie van spouwmuren met PUR-schuim een aandachtspunt.

Wie woont er in Almere Poort? Heeft u op een zomerse avond wel eens een rugstreeppad gehoord? Deze paddensoort kan kilometers over land lopen en doet dat op een bijzondere “muisachtige” manier, lastig om te omschrijven, maar direct herkenbaar als u er een ziet. Deze soort leeft het liefst in ondiepe, onbegroeide poelen met een zandbodem en enkele stenen waarop ze kunnen opwarmen. Het is een echte pionier en veel bouwers zijn bevreesd dat rugstreeppadden een plasje op een bouwplaats koloniseren…

Gisteren liep ik door mijn eigen wijkje om de honden uit te laten en ik hoorde een tiental huismusjes tjilpen en kwetteren, ik word daar altijd vrolijk van. De musjes zaten gezellig bij elkaar boven op een raamkozijn dat iets verdiept in de muur zit. Een mooi beschut plekje waar ze in het voorjaar weer gaan broeden. De huismus in Nederland heeft het zwaar, door te strakke bouw, minder geschikte pannendaken en te weinig rommelhoekjes gaat het aantal huismussen sterk achteruit. In Almere zijn ze er nog en steeds meer woningbouwverenigingen zorgen er bij renovatie werkzaamheden voor dat er geschikte nestplaatsen voor huismussen beschikbaar blijven. Maar ook hier geldt weer, alleen een nestplaats is niet voldoende, er moet ook voedsel en water in de buurt zijn, liefst met een stofbadje en een veilige plek om te schuilen er naast… die huismus is best veeleisend.

Niet alles is leuk

Overigens zijn er ook minder “prettige” soorten die de weg naar Almere hebben gevonden, de eikenprocessierups heeft er voor gezorgd dat vrijwel elke eik in de stad een lintje heeft gekregen. Velen krijgen al jeuk als ze alleen al aan dit diertje denken, en de bestrijders verdienen er goed geld mee… Maar de bestrijding van deze soort met chemische middelen of rupszuigers werkt niet, het is een tijdelijke oplossing. Door de omgeving meer geschikt te maken voor de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups- en vlinder wordt het aantal duurzaam in toom gehouden. Deze aanpak vraagt wel om balans, alleen het plaatsen van (heeeeel veel) mezenkastjes is niet gewenst, de mees heeft immers ook voedsel nodig als de eikenprocessierups er niet meer is. Een gevarieerde, kruidenrijke omgeving met voldoende nestgelegenheid voor vogels werkt veel beter.

Een andere plaagsoort is de reuzenberenklauw, een plant die massaal oprukt op diverse plekken en met man en macht en schapen tegengewerkt wordt. Het is een agressieve en weerbarstige plant, zaden die lang actief blijven, een snelle groei die de aanwezigheid van andere planten onmogelijk maakt en een blaartrekkend vocht dat vrijkomt als de plant beschadigd wordt. Een gevaarlijke reus… gelukkig dat schapen hem rauw lusten en op een aantal locaties, waaronder het Kromslootpark, is het resultaat duidelijk te zien.

Oosterwold

Vanwege werkzaamheden kom ik regelmatig in Almere Oosterwold. Wat eerst een vrij kaal landschap was, akkers doorkruist door enkele lanen en her en der een klein bosje, verandert langzaam in een kleinschalige groene lappendeken. Dat de natuur hiervan profiteert is te zien in de toename in het aantal wezels, hermelijnen en uilen in het gebied. Het was al bekend dat er kleine marterachtigen in de omgeving voorkwamen, maar de laatst tijd worden ze ook overdag gezien. De aanwezigheid van een kerkuil paartje bij Almere Overgooi was bekend, maar afgelopen jaar hebben we wel drie paar in deze hoek van Almere gezien.

Afwisselend

Een fietstochtje door het groen in en rond Almere is afwisselend, van parken, bossen, groene woonwijken, moerasland tot water, het is aanwezig. Van mooie lanen in het Kottersbos, spookachtige mistflarden op het Weermater en de Noorderplassen, indruk wekkende bomen in de parken tot mysterieuze bosjes met reeën en bijzondere broedvogels. Van vleermuizen, bevers, ringslangen tot zeldzame libellen in het Kromslootpark. Het kan in Almere…

Wellicht dat het begin van dit stuk wat zwaarmoedig is en negatief overkomt, het is een gegeven dat de natuur in Almere onder druk staat. Maar het is de moeite waard om te knokken voor de natuur in de stad. Door de natuur in en rond de stad te bewaren, wordt niet alleen een positieve bijdrage geleverd aan de biodiversiteit, wordt er niet alleen gezorgd voor mogelijkheden om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen, maar wordt vooral de leefbaarheid vergroot zodat we met zijn allen met plezier en met liefde voor de stad in Almere kunnen blijven wonen.

terug