Een ode aan 'De Beurs'

Deel dit op social media!

In 1979 krijgt E.D. (Environmental Design) Architecten te Amersfoort de opdracht van B.V. Project development company Amro te Amsterdam een kantoorgebouw in Almere te bouwen. Het zou het eerste gebouw in Almere Stad worden. Architecten J.W. Jansen en Wim de Lange staan voor een uitdaging. Hoe ontwerp je een gebouw zonder enige stedelijke context? Almere Stad was op papier bedacht maar er stond nog geen enkel gebouw.

Cubicus, TU Twente
Cubicus, TU Twente
In nauw overleg met Leo Heijdenrijk (voormalig compagnon van J.W. Jansen bij Architekten Kollektief Heijdenrijk) ontwerpen zij het kantoorgebouw op basis van hun eigen ontwerpprincipes: de mens staat centraal, effectiviteit en schoonheid. Het ontwerp was niet enkel gericht op het exterieur maar zeker ook op het interieur. Het ontwerp van de Faculteit Toegepaste Wiskunde van de TU Twente, een eerder ontwerp van Leo Heijdenrijk uit 1970 heeft duidelijk als inspiratiebron gediend voor het kantoorgebouw in Almere.

Bij de oplevering in 1981 is het kantoorgebouw een markante verschijning. De stedelijke ontwikkeling van Almere Stad is flink in gang gezet en ook al paste het grote betonnen gebouw binnen de destijds geldende architecturale kaders (Neorationalisme), het gebouw doet semi-brutalistisch aan. Grote betonnen structuren en ondanks de verfijnde raampartijen oogt het gebouw groot en grof. In 1981 waren de meningen over het gebouw al verdeeld; de bewoners van Almere vonden het mooi of lelijk.

De Oostbloktoren

Van jongs af aan (ik woon vanaf 1985 in Almere, met een tussenstop van een paar jaar in Amsterdam) is dit gebouw, ondertussen “De Beurs” genoemd, voor mij een soort anker. Als je met de auto het Centrum van Almere Stad via de westzijde inrijdt passeer je altijd dit gebouw. Destijds met een Oranjewoud logo op de gevel. Hoog, grijswit en met een repeterend geometrisch patroon van kozijnen, duidelijk herkenbaar. Mijn vader noemde dit gebouw “de Oostbloktoren”. Ik begreep het toen nog niet, maar ergens had hij wel een beetje gelijk. “De Beurs” heeft echt iets brutalistisch: onafgewerkt beton, imponerend uiterlijk, constructiestructuren duidelijk zichtbaar en heel veel geometrie. Nu ik ouder ben zie ik ook een hele andere kant van dit gebouw. Ik zie de vreemde vormen van de raamkozijnen die in het beton lijken te zijn uitgehouwen.

In werkelijkheid zijn de betonnen kozijnen onderdeel van platen schokbeton die geprefabriceerd zijn en bij de bouw tegen de gevel zijn geplaatst. De ramen doen denken aan de antroposofisch ontworpen kozijnen die gebruikt worden bij de Rudolf Steiner gebouwen. Een vleugje holisme in het ontwerp. Ik zie hoe de architecten geprobeerd hebben het kolossale aanzicht van het beton aan de gevel te verzachten door witte verdiepte lijnen aan te brengen. De prachtige ronde trap aan de buitenzijde van het gebouw die de ronde lijn volgt die overal in het gebouw is te vinden. De betonnen steunbalken in de grote open kantoorruimtes, delen van het deels onzichtbare betonskelet. Het gebouw staat als een outsider in de openbare ruimte, omringt door hogere kantoorgebouwen van volledig glas. Ingehaald door de tijd. Ik heb met hem in al zijn schoonheid te doen. 

Erfgoed?

Nu Van der Valk Investments besloten heeft het gebouw te slopen komt er een einde aan een eenzame periode van meer dan 10 jaar leegstand. Volgens Van der Valk is het gebouw “incourant” oftewel niet om te katten voor hergebruik. Dat dit waarschijnlijk een eufemisme is voor “ te duur, dus we gaan het platgooien” is als onwaar bewezen door Qingqing Li, architect uit China. Zij spendeerde een heel jaar (2018/2019) aan het gebouw “De Beurs” voor haar Master thesis voor haar studie Architecture, Urbanism and Building Sciences aan de TU Delft. Een uitgebreide bouwkundige analyse, een omgevingscan en een vernieuwingsplan heeft zij uitgeschreven in haar thesis waaruit blijkt dat het gebouw enorm veel perspectieven biedt. Ze beschrijft uitgebreid de esthetische, architectonische, culturele, historische en economische waarde van het gebouw. Ik ben het met haar eens. Dit gebouw mag niet gesloopt worden. 

De Beurs Almere - Wisselweg 1
Karen Heijne schreef in 2014 een goed artikel voor Platvorm Voer (sic, een afkorting van Visies Op Erfgoed & Ruimte - presenteert visies op het gebied van erfgoed in de ruimtelijke ordening.) waarin zij haar ongenoegen uit over het slopen van gebouwen in Almere: “De mogelijke historische waarde van deze gebouwen lijkt daarbij geen rol te spelen. Onterecht, vindt Karen Heijne. De relatief jonge gebouwen in Almere zijn onderdeel van een verhaal dat de naoorlogse stadsontwikkeling van Nederland vertelt.” Hoe kun je vernieuwen zonder het collectieve geheugen aan te tasten? Hoe bepaal je welk gebouw een cultureel historische waarde heeft? Dat gaat verder dan enkel de esthetische stijlkenmerken. Ik doe een open oproep aan Van der Valk Investments om alles nog eens goed te overwegen.

Lees de thesis van Qingqing Li eens goed door en stel de vraag: Ontnemen wij Almere een stuk historie als wij “De Beurs” slopen?

Bronnen:

terug