Een gebrek aan vertrouwen…

Deel dit op social media!

Waarom zou de PvdA een kabinet Rutte 4 legitimeren? De PvdA is te lang en te veel meegegaan met het neoliberale gedachtengoed. Dat heeft geleid tot verlies van vertrouwen in de PvdA bij onze kiezers. Vertrouwen is het cement van onze samenleving. Politieke bestuurders die het vertrouwen van volksvertegenwoordigers verliezen weten dat ze het veld moeten ruimen. Wie gelooft nu nog dat deelname aan Rutte 4 kan zorgen voor groeiend vertrouwen in de PvdA?

De verkiezingsuitslagen van 2017 en 2021 maken duidelijk dat het vertrouwen van de kiezer in de PvdA bedroevend laag is. De auteurs van ‘Dat hadden we nooit moeten doen’ beschrijven hoe de PvdA medeverantwoordelijk werd voor harde bezuinigingen, sanering van de sociale zekerheid en deregulering en marktwerking. Zou de kiezer de PvdA weer gaan vertrouwen als die PvdA een kabinet Rutte4 legitimeert? Een kabinet met een leidsman waarin de PvdA zelf het vertrouwen heeft opgezegd. Een demissionaire minister-president die zelfs een van de fundamenten van rechtsstaat – de scheiding der machten – zonder blikken of blozen ter zijde stelt?

Het vertrouwen van de burger/kiezer in de overheid is beschaamd. Dat blijkt onder meer uit de maatschappelijke reacties op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag en de uitvoering van de Participatiewet. De teneur was en is dat de overheid zich onrechtvaardig en daarmee onmenselijk opstelt jegens de burger. Die opstelling van de overheid kwam voort uit het ontbreken van vertrouwen van de politiek in de burger.

Gebrek aan vertrouwen in burgers was namelijk eind jaren negentig de basis voor de introductie van harde sancties in de sociale zekerheid. Dat begon met de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid. Met die wet werd de gemeenten de plicht opgelegd om uitkeringsgerechtigden die iets niet goed deden een sanctie op te leggen.
Anderhalf decennium later vond de wetgever het nodig om dat harde straffen nog eens steviger tot de norm der dingen te verklaren met een wijziging van de Wet werk en bijstand. En dat op het moment waarop de Belastingdienst de inkeerregeling voor frauderende vermogende burgers weer met een jaar verlengde.

Dat harde straffen van uitkeringsgerechtigden heeft voor perverse gevolgen gezorgd. Er zijn burgers die aanspraak hebben op aanvullende bijstand en geen aanvraag voor die broodnoodzakelijke middelen van bestaan durven in te dienen. Dat is een direct gevolg van de focus op slechts een beperkt deel van de uitkeringsgerechtigden: de mensen die zich bewust niet aan de regels van het spel houden. De meerderheid van de bijstandsgerechtigden houdt zich namelijk wel keurig aan de regels.

‘Ongekend onrecht’ heeft geleid tot het inzicht dat Nederland een andere bestuurscultuur nodig heeft: bestuurders die de burger niet meer vanuit wantrouwen benaderen. Politici die juist het adagium ‘Goede trouw wordt verondersteld en kwade trouw dient bewezen’ als basis voor hun handelen hanteren.

Organisatiedeskundigen weten dat het veranderen van cultuur moeilijker is dan het wijzigen van de structuur van een organisatie. Mensen veranderen hun gedrag nu eenmaal niet snel en cultuur is de resultante van menselijk gedrag. Van Rutte mogen de kiezers mooie woorden verwachten, geen mooie daden. Om de bestuurscultuur wezenlijk te veranderen zijn dan ook andere spelers in de structuur van het politiek bestuur nodig.

Sinds eind jaren negentig heeft de overheid herhaald duidelijk gemaakt de kwetsbare burger niet te vertrouwen. Die schending van de vertrouwensbasis heeft geleid tot verminderd vertrouwen van de burger in politiek en overheid. Het is hoogst onrealistisch om te verwachten dat de waard die zijn gasten niet vertrouwt het vertrouwen van de gasten kan herwinnen.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Voor het herstel van het vertrouwen zijn andere spelers met een andere grondhouding nodig. Een grondhouding waarin de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat wel betekenis krijgen. Van een Kabinet Rutte 4 hoeft de burger geen ander gedrag te verwachten. Van deelname aan zo’n kabinet zal het vertrouwen van de kiezer in de PvdA niet groeien. Niet doen dus.

John van der Pauw (oud fractievoorzitter PvdA Almere) &
Ciska van Rijn (oud vicefractievoorzitter PvdA Almere)

terug