Adri Duivesteijn: Vanzelfsprekend maar niet normaal.

Deel dit op social media!

Hoe de sociale volkshuisvester zijn sociale volkshuisvestingsveren langzaam verloor en als een fenix als stadsontwikkelaar van formaat in Almere, uit het as herrees. Zo zou dat ontbrekende hoofdstuk kunnen heten. 

Vorig jaar november verscheen het boek over Adri Duivesteijn van Winfried & Annelies Haase. Een mooi geïllustreerd boek met een fraai overzicht van de imposante loopbaan van Adri: van activist in de Schilderswijk, gemeentebestuurder in Den Haag,  zijn periode bij het Nederlands Architectuurinstituut, de Tweede Kamer en wethouder in Almere (let op het subtiele verschil in woorden met Den Haag) met als laatste summiere hoofdstuk zijn korte Eerste Kamerperiode. Het boek eindigt met een 13 bladzijden tellend slotbetoog van de schrijvers met de pretentieuze titel: “De maatschappelijke en culturele betekenis van Adri Duivesteijn”. Het is vooral dit laatste hoofdstuk waar de schrijvers uit de bocht vliegen. Wellicht door hun grote adoratie voor Adri die al uit het voorwoord spreekt. Een effect dat je vaker ziet bij mensen met kleur en smoel. 

Je bent voor of tegen zo iemand. Het grijze midden bestaat niet meer en voor is dan ook echt voor en tegen ook echt tegen. Daarom hou ik van mensen met kleur die vol passie gaan voor hun ideeën. Vast een vorm van herkenning.  Tegelijkertijd vraagt dat van schrijvers van een biografie als deze, enige afstand en verwijdering van het licht om nog andere zaken goed te kunnen zien. En dat ontbreekt nogal in dit boek. De keerzijde van Adri zogezegd. Ook al klinkt dat te veel als anti, wat niet mijn bedoeling is. Ik heb het boek telkens weer weggelegd om te laten bezinken. Tenslotte lees en verwerk je wat je leest met je eigen opvattingen en emoties, dus ook afstand nemen daarvan hoort bij een recensie schrijven. 

Voor het schrijven van zo’n pretentieuze slotbeschouwing dient echter wel verder gekeken te worden dan waar Adri zelf het licht graag op wil laten schijnen. In deze recensie benoem ik er een aantal, vooral uit zijn Almeerse periode. De tijd zal leren hoe uiteindelijk de balans zal zijn.

Wethouder in Almere

Adri kwam niet als gemeentebestuurder naar Almere maar als wethouder met een eigen opdracht. De formulering in het boek laat dat subtiel zien. En die opdracht lag niet in zozeer in de sociale huisvesting van zijn beginjaren maar hij zag Almere meer als experiment voor zijn ideeën over zelfbouw en als een ‘groene stad’.

Het boek gaat vooral in op Adri’s baanbrekend werk om zelfbouw als fundament van stadsontwikkeling.  Weg van de korte termijn denkende commerciële projectbouwers en in zijn ogen verkalkte instituten als woningcorporaties en dit principe als basis voor het experiment in het Homeruskwartier tot de gebiedsontwikkeling voor heel Oosterwold. Een beweging die ook terecht door de jury van de prestigieuze ‘Veronica Rudge Green Prize in Urban Design’ van de Harvard University gezien werd en in 2017 een prachtige nominatie opleverde. Het Homeruskwartier leverde weliswaar een grote variatie in woningen op maar helaas relatief weinig betaalbare. Met als jarenlang gevolg een wijk als een enorme gatenkaas wat negatief werkte op het collectieve gevoel. Eenpitters in een zee van ruimte met amper collectieve voorzieningen als satéprikkers voor de wijk.

Dat proces zien we deels terug in Oosterwold dat nog maar in haar beginfase zit. Hoe duurzaam de principes van ‘stadslandbouw’ en ‘bewoners doen alles’ zijn, moet nog blijken. Als de overheid zich terugtrekt, wordt die ruimte van nature ingevuld door de bewoner en dat is goed. Maar of daarmee het collectief op tijd en in voldoende mate een plek krijgt (letterlijk en figuurlijk) is nog maar zeer de vraag. Het principe ‘bewoners doen alles’ heeft in de praktijk al bizarre doorwerkingen gehad in bijvoorbeeld archeologie en stelt ook nu nog vragen of daarmee de kwaliteit van bijvoorbeeld een collectief goed als drinkwater wel adequaat geborgd is. Dat was ook de reden waarom de jury het bij een nominatie heeft gelaten omdat ook zij nog niet overtuigd waren van de duurzaamheid van de principes van Oosterwold. De tijd zal het leren. 

Zelfbouw

Zelfbouw heeft in Almere haar functie bewezen en behoort tot het DNA van de stad. Maar zelfs in het zelfbouwparadijs Almere is de omvang beperkt gebleven tot zo’n 300 tot 550 woningen per jaar. Lang niet genoeg om de eigen vraag naar woningen en de groeiopgave op te vangen want zelfbouw is voor de meesten geen optie. Deels door geld, deels omdat niet iedereen ervan droomt een eigen huis te bouwen. Er zijn gelukkig nog andere dromen in het leven. Veel meer dan zelfbouw is er in Adri’s periode niet gebouwd. De corporaties wees hij de deur alhoewel hij wel met Ymere zaken deed in Nobelhorst maar van samenwerken om te bouwen kwam het amper. Het aandeel sociale huur, toch al laag voor een grote stad als Almere, zakte verder omlaag in zijn periode naar bijna 25%. (zie grafiek)

Voor de eigen Almeerse jeugd en studenten werden amper woningen gebouwd. Ook de in omvang beperkte sociale zelfbouwvariant “Ik bouw betaalbaar in Almere” was geen blijvende toevoeging aan de betaalbare voorraad in de stad maar een eenmalige, die inmiddels alleen voordeel oplevert voor de deelnemers. 

Gebiedsontwikkeling

Die prioriteit zie je ook terug in de gebiedsontwikkeling. In crisistijd een gebiedsontwikkeling als Duin van de grond krijgen is een huzarenstukje. Het leverde Almere en Amvest de 2-jaarlijkse Neprom gebiedsontwikkelingsprijs op die ik als glazen vlinder (zie afbeelding) mocht vangen maar waarvoor Adri alle eer verdient. Maar ook in dit project is gebiedsontwikkeling en Adri’s droom groter dan zijn behoefte de sociale huisvesting voor de toekomst in de stad te borgen. Met slecht 10% sociale huur, veel lager dus dan het stedelijk aandeel, nam wethouder Adri -en met hem het gemeentebestuur én de raad- genoegen met zelfs voor Almeerse begrippen een extreem laag percentage sociale huur.

Daarmee is Duin voor starters als je geen woning te verkopen hebt, onbereikbaar. Na Adri is dat percentage verhoogd naar 15% toen de sanering van het grondbedrijf het toeliet. Want in Adri’s periode werd er wel veel geld aan projectontwikkeling besteed maar kwam er weinig van de grond waardoor de tekorten in het grondbedrijf, ook door eerder genomen risico’s, toenamen tot in totaal 200 miljoen. Almere liep langs het randje van de afgrond maar gelukkig trok de economie aan en kon dit forse bedrag later gesaneerd worden. 

Schaalsprong

Een andere grote verdienste van Adri is zijn visie op de groei van groen Almere met de ‘Almere Principles’ en de schaalsprong. Hij was hiervoor de juiste man op de juiste plaats om de verbinding met het Rijk te maken over de verdere groei van Almere, inclusief de uitbreiding van de A6 die in het boek te weinig aandacht krijgt. Asfalt, ook al is het circulair, past blijkbaar niet in de legacy van deze PvdA’er.

Samen met Adri heb ik over dit grootste infraproject in Nederland mogen onderhandelen met het Rijk. Hij vanuit Almere, ik vanuit Amsterdam. Hij vaak de ‘bad cop’ spelend wat hem goed af ging. Ik de ‘good cop’. Misschien voor sommigen moeilijk voor te stellen, maar naast Adri was er ruimte voor deze rol. Samen en met succes. Het infraproject is nu bijna afgerond en wezenlijk voor de ontwikkeling van de regio. Ik ben juist trots op mijn aandeel in met name de ondertunneling van de A9 in Zuidoost. Hoe concreter kan je ‘De Groene Gezonde Stad’ maken door die grote vervuilende streep door de stad onder de grond te leggen en een park zo groot als het Vondelpark er straks bovenop.  Adri koos ervoor de ‘Groene Gezonde stad’ te versnellen met de Wereldexpo Floriade 2022 en won met het bidbook terecht van Amsterdam Zuidoost waar ik toen tijdelijk stadsdeelvoorzitter was. 
Een project waar tot op de dag van vandaag een diepe verdeeldheid in de stad over bestaat en waarvan de uitwerking veel meer Almeers geld kost en steeds minder opbrengsten lijkt te hebben. Het is nog te vroeg voor een eindbeoordeling of dit icoon daadwerkelijk dát brengt wat Adri hoopt dat het brengt. Met de wedstrijd nog gaande zijn er wel al veel tegendoelpunten gescoord.


Het boek stipt de Floriade slechts even aan (één bladzijde!) maar al helemaal niet kritisch en evaluatief. Met zinnen als: “Almere is er voor gemaakt om de Floriade te ontvangen” en “met de Floriade kan Almere dit huwelijk tussen stad en land verstevigen”, blijft het hangen in de geloofsbelijdenis van het begin. Terwijl er ook in 2012 zoveel meer mogelijk was voor versterking tussen stad en land dan alleen een huwelijk. Een derde van alle huwelijken strandt binnen 10 jaar. Bij 2 vrouwen zelfs 30%. Het toont misschien aan dat de eerste 10 jaar van een ‘huwelijk’ cruciaal zijn zoals bij de eerste 10 jaar van de Floriade. Maar dit terzijde. Ook nu benadert Adri terechte kritiek op dit icoon nog steeds als afvalligen van de moederkerk. Dat dit de moederkerk eerder zwakker maakt leert de geschiedenis. Het boek meldt slechts dat de Floriade een eind op streek is. Je moet maar durven. 

Wethouder af, naar de Eerste Kamer

Zijn Eerste Kamerperiode stelt hem voor lastige dilemma’s met de PvdA in een verkeerd kabinet waar hij als later binnenkomend Eerste Kamerlid niet formeel ja tegen heeft gezegd. Wel impliciet door de acceptatie van zijn zetel daarna. Althans, een voorbehoud is mij niet bekend. Ook op het punt van de verhuurdersheffing niet. Logische vragen waar het boek totaal aan voorbij gaat. Waarom accepteerde Adri in de voor hem bekende context überhaupt deze zetel? Juist met zijn uitgesproken opvatting over dat akkoord en de ‘alles-of-niets’ rol die een Eerste Kamerlid nu eenmaal heeft in ons bestel? Op die vraag geeft het boek geen antwoord. 
Maar Adri kan als geen ander ‘hard to get’ spelen. To get his support you have to pay the prize. En die prijs heet deze keer de wooncooperatie, een mooi idee om huurders zelf het heft in handen te geven. Maar was dit het offer van de verhuurdersheffing waard? Met de kennis van nu en zeker ook van toen, nauwelijks. Ortec Finance berekende al in mei 2013 een daling van 40% van de nieuwbouw van sociale huurwoningen om het effect van de heffingen op te vangen. Volgens onderzoek van Companen en Thésor zijn er 96.000 sociale huurwoningen door de heffing niet gebouwd. Daarmee is dus de woningnood ernstig vergroot.  Hiertegenover staat een handvol wooncooperaties.  Ook een termijn stellen aan die verhuurdersheffing liet Adri zitten, zo blijkt uit het boek, want er kwam toch een evaluatie. Zo naïef is Adri niet. Aan de schrijvers van het boek om Adri uit die comfortzone te halen wat zij helaas hebben nagelaten.

Nee, de ‘Nacht van Duivesteijn’, of ‘avondje’ zoals Wiegel het noemde, werd een ‘Zwarte nacht voor de sociale volkshuisvesting’.Ook al is de PvdA Tweede Kamerfractie met woordvoerder Monasch hoofdverantwoordelijke voor deze misser van de PvdA. Adri zag zijn kans om zijn idee in de wet te krijgen met de verhuurdersheffing als ‘collateral damage’. Toch een beetje Esau die zijn eerstgeboorterecht verkoopt voor een bord linsensoep.

Juist de grote sociale huisvestingsopgave zou voor de PvdA normaal moeten zijn maar was dat in het vorige Kabinet met de PvdA een ondergeschoven kind. Er is een hoge prijs voor betaald. Maar deze zo vanzelfsprekende keuze van de PvdA werd ook in de loopbaan van Adri steeds minder vanzelfsprekend en ingeruild voor zelfbouw en de ‘groene stad’ waarbij het sociale huisvestingsdoel naar de achtergrond verdween. Dit boek laat helaas, ondanks 315 bladzijden, teveel liggen als spiegel voor Adri’s rol en betekenis. Het staat vol met redenen om te adoreren, maar het biedt te weinig om van te leren. 

terug